Chirurgischebypass

Een chirurgische bypass ingreep is het aanleggen van een alternatief bloedvat voor het arterieel bloed als de eigen natieve slagader volledig geoccludeerd is.

chirurgische bypass

Een chirurgische bypass ingreep gebeurt als de klachten van het arterieel lijden ernstig genoeg zijn : invaliderende claudicatio ondanks wandeltraining, ernstige ischemische rustpijn ondanks voldoende pijnstilling, of trofische letsels met wonden of gangreen. Dikwijls heeft de patiënt al meerdere endovasculaire procedures gehad en is deze optie uitgeput.

U wordt meestal nuchter enkele uren voor het geplande operatietijdstip opgenomen. Als er specifieke voorbereiding nodig is (bv. bij slechtere nierfunctie) wordt U soms vroeger opgenomen. Voor de ingreep wordt het ganse been onthaard.

De chirurgische bypass kan onder ruggeprikverdoving of algemene narcose gebeuren, dit in overleg met en door de anesthesist. Verdere uitleg (informed consent) omtrent de anesthesie wordt U pre-operatief door de anesthesist verstrekt. Er wordt een verticale liesincisie en een verticale incisie aan de binnenkant boven en/of onder de knie gemaakt.

Als bypass heeft men een eigen ader waarvoor dikwijls meerdere kleinere incisies worden gemaakt (soms in het andere been), een kunststof Dacron of een plastieken PTFE. Elke optie heeft voor- en nadelen en wordt pre-operatief met U besproken en gekozen.

De overbrugging wordt met een holle buis doorheen de spieren geleid van de lies naar de knieregio. De bypass wordt dan manueel ingehecht op de eigen slagader in de lies en rond de knie, net voor en net achter de occlusie. Tijdens dezelfde procedure wordt soms een ballondilatatie met of zonder stent hogerop of lagerop uitgevoerd arterieel. De wonden wordt dichtgenaaid en dikwijls wordt een redon opvangpotje achtergelaten voor 1 dag.

Risico’s op korte termijn zijn oa. nabloeding en acute thrombose van de slagader of bypass na de ingreep. U gaat na de ingreep naar de kamer. U kan naar huis als de wonden droog zijn, meestal na 2 tot 5 dagen.

Afspraken omtrent bloedverdunners worden gemaakt bij ontslag. U krijgt meestal ook nog 10 dagen een spuitje heparine in de buikwand door de thuisverpleegster, en deze moet 10 dagen de wonden opvolgen en verzorgen. De hechtingen of haakjes mogen na 10 dagen door de thuisverpleegster of huisarts worden verwijderd.

Het lidmaat heeft soms enkele weken de neiging om te zwellen. Een steunkous klasse 1 tot in de lies is dan nuttig (in overleg met de chirurg). U komt terug op de raadpleging bij wondproblemen, nieuwe ischemie of anders na een maand. Verdere opvolging nadien is nodig.

Algemeen slagaderlijden

Overzicht van de klachten

Slagaderen of arteries zijn aanvoerende bloedvaten en ze voorzien de weefsels van de noodzakelijke zuurstof en voedingsstoffen. Deze arteries kunnen vernauwen (stenoseren) of dichtslibben (occluderen) vooral als gevolg van roken. Ook oa. diabetes, erfelijkheid, leeftijd, hoge bloeddruk en cholesterol kunnen slagaderproblemen uitlokken. Een deel van de behandeling is dan ook deze uitlokkende factoren corrigeren voor zover mogelijk.

De klachten zijn afhankelijk van de ernst, de uitgebreidheid, de lokalisatie en de snelheid van het vernauwen of dicht gaan van de slagader. In de benen gaat het van etalagebenen (claudicatio) naar pijn in rust tot het optreden van wonden of afsterven van weefsels. Naar de hersenen kan het een beroerte uitlokken, in de darmen een infarct. De slagaderen kunnen ook uitrekken (dilateren), wat in de buik kan leiden tot scheuren van een aneurysma (hartaderbreuk).

Er zijn voor al deze problemen meerdere behandelingsmogelijkheden, en wordt wordt steeds gezocht naar de minst invasieve en meest efficiënte optie. Opvolging nadien is zeer belangrijk omdat het probleem wel kan behandeld worden maar niet altijd genezen : soms zijn de jaren eropvolgend nieuwe procedures noodzakelijk.

Plaats van de klachten

Slagaderproblemen aan de benen

Vernauwingen of volledige verstopping van de bloedvaten in de benen geven variabele klachten afhankelijk van de ernst. Aanvankelijk voelt men weinig, de eerste symptomen zijn verkramping bij het stappen, nadien komen er ook pijnklachten in rust of wondproblemen.

Classificatie opgesteld door Dr Fontaine in 1954:

  • Stadium I: vaatafwijkingen zonder klachten
  • Stadium II: etalagebenen (claudicatio intermittens)
    – IIa indien klachten na meer dan 200 meter lopen
    – IIb indien minder dan 200 meter lopen
  • Stadium III: pijn bij rust
  • Stadium IV: trofische letsels,: zweertjes aan tenen/voeten die niet goed genezen

Risicofactoren

Een vernauwing in de slagader is het gevolg van slagaderverkalking (atherosclerose). Bekende risicofactoren voor slagaderverkalking zijn roken, hypertensie (hoge bloeddruk), diabetes mellitus (suikerziekte) en een te hoog cholesterolgehalte in het bloed.