Carotis stenting

Een carotis stenting is een minimaal invasieve endovasculaire procedure waarbij een vernauwde halssagader wordt open geballonneerd en gestent via een punctie in de lies.

De eerste keuze ingreep bij een ernstig vernauwde halsslagader, al dan niet symptomatisch, blijft de klassieke endarterectomie. Dit komt omdat de klassieke ingreep mogelijk iets betere resultaten geeft, en omdat de mutualiteit geen terugbetaling voorziet voor de randmaterialen bij de endovasculaire ingreep.

Als de halsregio bestraald is geweest (oncologische problemen), als er eerder een klassieke endarterectomie werd uitgevoerd en de vernauwing komt terug, of als er een voor de chirurg moeilijk toegankelijke hals is (‘patiënt zonder nek’, of stoma in de hals), is er wel een plaats voor een carotis stenting.

De mutualiteit voorziet nooit een terugbetaling voor de materialen, wel voor de ingreep. Sommige hospitalisatiepolissen dekken wel of ten dele de materialenkost. U vraagt dit van tevoren best zelf na. De materialen worden door de ziekenhuisapotheek in uw hospitalisatiefactuur aangerekend.

U wordt de dag van de ingreep nuchter opgenomen. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving. Voor de ingreep heeft U een gesprek met de anesthesist.

Via het aanprikken van de slagader in de lies kan men een catheter door de grote buikslagader opschuiven tot aan de vertakking van de halsslagader. Via deze catheter kan men door inspuiting van contrast, foto’s maken van de halsslagader en de vernauwing. Voor het inbrengen van de stent zal men eerst een soort filter inbrengen boven de vernauwing. Het zal kleine stukjes plaque, die eventueel loskomen tijdens het balonneren of plaatsen van de stent, opvangen. Daarna wordt de vernauwing eerst opengerekt met een ballon, nadien moet de stent ervoor zorgen dat de vernauwing na het openrekken niet terug dichtklapt. Met de ballon wordt de stent optimaal open gerekt in functie van het bloedvat. Na het nemen van een controlefoto zal de filter terug verwijderd worden, alsook de toegangspoort in de lies. Nadien wordt een drukverband aangelegd in de liesregio, en gaat u de eerste nacht naar intensieve zorgen. De ochtend daarop kan U naar uw kamer, en na de middag of de volgende dag naar huis.

Specifieke risico’s zijn deze van de klassieke endovasculaire procedures en deze van de klassieke carotis-ingreep. De risico’s in de hals zijn er niet omdat er in de hals geen snede wordt gemaakt. Mocht er tijdens het plaatsen van de stent een technisch probleem met het materiaal zijn, is het in een zeldzaam geval nodig direct over te gaan tot een klassieke ingreep. In lies kan een hematoom ontstaan op de punctieplaats.

Bij ontslag worden concrete afspraken gemaakt omtrent bloedverdunners. Verder gelden dezelfde aanbevelingen als bij de algemene endovasculaire ingrepen.

Algemeen slagaderlijden

Overzicht van de klachten

Slagaderen of arteries zijn aanvoerende bloedvaten en ze voorzien de weefsels van de noodzakelijke zuurstof en voedingsstoffen. Deze arteries kunnen vernauwen (stenoseren) of dichtslibben (occluderen) vooral als gevolg van roken. Ook oa. diabetes, erfelijkheid, leeftijd, hoge bloeddruk en cholesterol kunnen slagaderproblemen uitlokken. Een deel van de behandeling is dan ook deze uitlokkende factoren corrigeren voor zover mogelijk.

De klachten zijn afhankelijk van de ernst, de uitgebreidheid, de lokalisatie en de snelheid van het vernauwen of dicht gaan van de slagader. In de benen gaat het van etalagebenen (claudicatio) naar pijn in rust tot het optreden van wonden of afsterven van weefsels. Naar de hersenen kan het een beroerte uitlokken, in de darmen een infarct. De slagaderen kunnen ook uitrekken (dilateren), wat in de buik kan leiden tot scheuren van een aneurysma (hartaderbreuk).

Er zijn voor al deze problemen meerdere behandelingsmogelijkheden, en wordt wordt steeds gezocht naar de minst invasieve en meest efficiënte optie. Opvolging nadien is zeer belangrijk omdat het probleem wel kan behandeld worden maar niet altijd genezen : soms zijn de jaren eropvolgend nieuwe procedures noodzakelijk.

Plaats van de klachten

Halsslagader

De halsslagader of arteria carotis ontspringt uit de grote lichaamsslagader (aorta) in de borstkas. Halverwege de hals splitst de halsslagader zich in een interna tak naar de hersenen en een minder belangrijke externa tak naar de hals- een aangezichtsstrukturen. De bloedtoevoer naar de hersenen heeft enkele reservewegen : ze gebeurt door beide halsslagaders en beide wervelslagaders die samenkomen in een ringvormige structuur in de hersenen van waaruit de verdere bloedvoorziening van de hersenen aftakt.

Als een van de aanvoerende vaten een vernauwing of zelfs opstopping (occlusie) vertoont, geeft dit dan ook niet altijd symptomen. Als van deze vernauwing kan een stukje afbreekt, of als er zich een klonter op vormt, welke dan migreert naar de hersenen, geeft dit frequent symptomen door zuurstoftekort of afsterven van een hersendeel. De symptomen zijn afhankelijk van welk deel van de hersenen het zuurstoftekort ondervindt, en van de uitgebreidheid van dit gebied. Er zijn ook andere oorzaken van een beroerte zoals bv. hartkleplijden van waaruit klonters kunnen wegschieten, het dichtslibben van bloedvaten in de hersenen zelf, of een bloeding.

De symptomen van een beroerte kunnen zijn:

  • éénzijdig krachtsverlies of verlamming van een hand, arm en/of been
  • tintelingen of een doof gevoel in een arm, hand en/of been
  • een periode van moeilijker kunnen spreken
  • afhangende mondhoek
  • een voorbijgaande blindheid aan één oog (amaurosis fugax)

Deze symptomen kunnen van korte duur zijn, maar ook definitief : Een TIA is een kleine beroerte waarvan de verschijnselen van korte duur zijn, een CVA is een beroerte met kans op blijvende letsels en uitval.

Onderzoek van de halsslagader

Duplex echografie van de halsslagaders wordt meestal als screeningsonderzoek verricht. CT angiografie of NMR angio zal worden gepland indien een belangrijke stenose wordt vermoed op duplex, hiermee kan de anatomie en de stenosegraad in beeld gebracht worden. CT/NMR-scan van het hoofd kan aangewezen zijn om te zien in hoeverre er al schade van de hersenen is opgetreden.

Als beeldvorming een vernauwing van 80% op de interna toont en de patiënt is klachtenvrij, wordt meestal geopteerd voor aanvullende chirurgische behandeling. Als de patiënt al een beroerte heeft doorgemaakt en er is een vernauwing van 70%, wordt ook een ingreep aangeraden.

De behandeling van een vernauwde halsslagader

Bij vernauwing wordt een bloedverdunner en een cholesterol verlagend middel opgestart. Hierdoor vermindert de kans op zowel een beroerte als een hartinfarct.

Bij belangrijke vernauwingen of symptomen is een operatie aangewezen, uw chirurg zal dit met u bespreken op basis van de beeldvorming. De keuze van operatie techniek alsook de risico’s van een ingreep zullen worden besproken. Met een operatie kan reeds opgetreden schade niet meer worden hersteld. Het is niet zinvol om een halsslagader die al helemaal dicht zit, opnieuw open te maken.